Door Jos de Jong - NLMagazine, Politiek, pensioenen - Er zijn politici die langzaam veranderen en er zijn politici die zó hard draaien dat zelfs windmolens er misselijk van worden. Paul Rosenmöller behoort volgens mij tot die laatste categorie. Ooit een man van de barricades, de strijder tegen het grote kapitaal en de nachtmerrie van directiekamers en deftige bestuurders met leren aktetassen.
Zijn stem klonk als een megafoon op een krakend protestplein; alles moest anders, eerlijker, socialer, het systeem deugde niet. Maar toen gebeurde er iets fascinerends; hij ontdekte dat hij kon verdienen aan het systeem en werd onderdeel van het politieke meubilair.
Rosenmöller benadeelt pensioenspaarders
De langzaam veranderende revolutionaire rebel werd plots een keurige bestuurder met een agenda vol overlegmomenten, commissievergaderingen en netwerkdiners waar vroeger waarschijnlijk nog ‘kapitalistisch machtsbolwerk’ boven had gestaan. De man die ooit de elites schooffeerde werd uiteindelijk zèlf onderdeel van het meubilair. Overiens, bepaald geen spannend meubilair, maar eerder zo’n degelijke vergadertafel waaraan iedereen zijn cappuccino opdrinkt.
Ondertussen echter mocht de gewone Nederlander opnieuw solidair zijn. Vooral met plannen waar hij zelf nooit om had gevraagd. Neem het pensioendossier. Jarenlang betaalden miljoenen mensen braaf hun premies, met het idee dat er later tenminste nog iets van zekerheid zou overblijven. Maar ergens onderweg veranderde pensioen van een belofte in een politiek experiment. Zo stemde Paultje voor een pensioenwet die de Nederlanders aantoonbaar benadeelt. Dit deed hij als bestuurder van het pensioenfonds ABP waar hij geld verkwanselde aan zijn verlieslatende klimaatprojecten. Een benadeling die extra pijnlijk èn schrijnend is in een tijd van steeds verder stijgende levenskosten.
Rosenmöller stond enthousiast aan de basis van die groene, progressieve hervormingsdrift waarin risico’s ineens ‘eerlijk gedeeld’ moesten worden en vaste zekerheden ouderwets werden verklaard. Dat resulteerde in een systeem waarbij veel burgers vrezen dat ze uiteindelijk fors moeten inleveren, terwijl zij juist decennialang netjes hebben betaald. De spaarder werd plots een ‘collectieve deelnemer’, wat in Den Haag meestal betekent dat iemand anders alvast aan je geld zit.
Het mooie aan de Nederlandse politiek is dat bijna niemand ècht verdwijnt. Politici zweven gewoon door. Van Kamerlid naar bestuurder, van bestuurder naar toezichthouder, van toezichthouder naar televisiecommentator. Of als ‘specialist’ ín de gezondheidszorg ineens ’specialist’ in de bouwsector en dan als provinciaal specialist commissaris van de Koning. En zo zweven bestuurders maar door en geven tussendoor grootse lezingen over ‘verbinding’’, altijd maar die verbinding alsof het land één groot wifi-probleem is.
Rosenmöller beheerst die kunst inmiddels perfect. De voormalige revolutionair oogt tegenwoordig als iemand die boos wordt wanneer een vergaderstuk niet correct is geniet. En dat is misschien nog wel het meest verpletterende aan zijn carrière: niet dat hij veranderde, maar hoe voorspelbaar het bleek. De rebel die eindigde als beheerder. De anti-establishmentman die uiteindelijk het establishment uitlegde hoe het nóg efficiënter establishment kon zijn.
Misschien is dat de ware Nederlandse droom; beginnen met een opgestoken vuist en eindigen met een toegangspasje voor de bestuurskamer.
Revolutie, maar dan graag vóór 17:00 uur, want daarna begint de netwerkborrel.










