Economie & Duurzaamheid
Typography
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Door Jos de Jong - NLMagazine, Economie & Duurzaamheid, landbouw & maatschappij, boeren, voedsel, stikstof - Nederland wil natuur en milieu beschermen. Prima natuurlijk, maar wanneer overheidsbeleid ertoe leidt dat boeren ondanks jarenlange investeringen opnieuw niet weten of hun bedrijf nog toekomst heeft, gaat het allang niet meer alleen over stikstof.

Er is dan veel meer aan de hand. Het gaat dan over rechtszekerheid, vertrouwen in de overheid en voorál over de vraag wie straks ons voedsel produceert.

Steeds de spelregels veranderen

Een boerenbedrijf ontstaat niet van vandaag op morgen. Daar hebben meerdere generaties aan gebouwd. Er is grond gekocht, geld geleend, geïnvesteerd in stallen, machines, dierenwelzijn en milieumaatregelen. Steeds wanneer Den Haag nieuwe eisen stelde, werden boeren geacht zich aan te passen. Maar wat is de waarde van een overheidsvergunning wanneer diezelfde overheid jaren later opnieuw de voorwaarden kan veranderen?

Daar ligt misschien wel het fundamentele probleem van het huidige landbouwbeleid. Een ondernemer moet kunnen vertrouwen op besluiten van de overheid. Wie op basis van een vergunning honderdduizenden of zelfs miljoenen investeert, moet enige zekerheid hebben dat die investering niet enkele jaren later door nieuwe politieke of juridische regels waardeloos wordt verklaard. Hoe haal je het in je hoofd…

Vandaag investeren, morgen opnieuw beginnen

De Nederlandse landbouw heeft in enkele tientallen jaren een enorme hoeveelheid veranderingen verwerkt. Mestbeleid, emissie-eisen, stikstofregels, natuurvergunningen en strengere eisen voor dierenwelzijn en milieu volgden elkaar voortdurend op. Dat boeren moeten bijdragen aan bescherming van natuur en milieu staat niet ter discussie. Maar er bestaat een grens aan wat je van ondernemers kunt verlangen wanneer de spelregels telkens opnieuw worden gewijzigd.

Dat werd deze zomer pijnlijk zichtbaar in Noord-Brabant, waar vijf pluimveehouders bij De Peel en de Kampina werden geconfronteerd met het voornemen hun natuurvergunningen in te trekken. Deze bedrijven opereerden niet zonder toestemming; zij beschikten juist over een door de overheid verleende vergunning. En precies daar begint het te wringen. Want wat zegt de overheid feitelijk tegen een ondernemer wanneer een vergunning waarop hij zijn bedrijf heeft gebouwd later alsnog ter discussie kan worden gesteld? Enig idee???
Als een vergunning geen zekerheid meer biedt, raakt dat niet alleen de boer, maar juist ook de betrouwbaarheid van de overheid zelf.

De boer is geen nummer in een rekenmodel

In Den Haag, achter de bureaus waar geen enkele praktiserende boer een plaats heeft, en waar dus eigenlijk niemand echt beseft wat een boer allemaal te verduren krijgt bij het steeds veranderen van de spelregels, gaat het gemakkelijk over normen, percentages, hectares en emissies. Op een boerenerf krijgen die cijfers een heel andere betekenis.
Daar gaat het over een stal die misschien niet meer gebruikt kan worden, over dieren die moeten verdwijnen cq de nek moet worden omgedraaid, over leningen die gewoon moeten worden afbetaald en ook over een zoon of dochter die zich afvraagt of het nog wel zo verstandig is het familiebedrijf over te nemen. En dus uiteindelijk over de meest eenvoudige vraag van allemaal: “Kan ik hier over vijf of tien jaar nog boer zijn?”

Een overheid die van ondernemers verlangt dat zij voortdurend investeren, maar geen redelijk perspectief kan bieden op de houdbaarheid van haar eigen regels, ondermijnt het vertrouwen dat noodzakelijk is om überhaupt nog langetermijninvesteringen te doen.

En wie produceert straks ons eten?

Daar komt nog een tweede fundamentele kwestie bij, de voedselzekerheid.
Nederland wil voor energie minder afhankelijk zijn van Rusland, voor technologie en grondstoffen minder afhankelijk van China en spreekt voortdurend over Europese zelfstandigheid en strategische weerbaarheid. Waarom zouden we bij voedsel dan precies de tegenovergestelde richting kiezen?

Voedsel dat hier in eigen land niet meer wordt geproduceerd, verdwijnt namelijk niet van ons bord. Het zal ergens anders vandaan moeten komen. Uit Spanje, Zuid-Amerika of desnoods van duizenden kilometers verder, voedsel dat vanwege de inherente extra grote logistiek aanmerkelijk duurder wordt. en waarbij je je, als je de productiewijze van die landen kent, kunt afvragen of er dan wel sprake is van natuurlijk voedsel of dat alles is.

Daarbij horen vragen die opvallend weinig worden gesteld. Onder welke milieu- en dierenwelzijnsnormen wordt dat voedsel geproduceerd? Is het nog wel natuurlijk voedsel dat we gaan importeren of is er slechts sprake van GMO (genetisch gemodificeerd) voedsel? Welke bestrijdingsmiddelen zijn daar toegestaan en hoe wordt hierop gehandhaafd? Hoeveel transport is nodig? En tot slot, hoe kwetsbaar worden onze voedselprijzen wanneer we steeds afhankelijker raken van buitenlandse producenten, energieprijzen, handelsroutes, oorlogen en mislukte oogsten?
Voedselzekerheid hoort daarom net zo goed bij duurzaamheid als natuurbeleid.

Een boerderij is geen lichtknop

Het idee dat landbouwproductie eenvoudig kan verdwijnen en later, wanneer dat nodig blijkt, weer kan worden teruggebracht, is gevaarlijk naïef, maar dat beseft men schijnbaar niet in de politiek of men wil dat gewoon niet weten! Een boerderij zet je tenslotte niet even uit en over vijf jaar later weer aan.

Wanneer boeren stoppen, verdwijnen niet alleen koeien, kippen of hectares landbouwgrond. Ook kennis, vakmanschap, infrastructuur, leveranciers, familiebedrijven en generaties ervaring verdwijnen. Eenmaal afgebroken komt die structuur niet met één kabinetsbesluit terug. Daarom is de Nederlandse boer zo ontzettend veel meer dan een ondernemer die toevallig voedsel produceert: Hij maakt deel uit van onze nationale infrastructuur.

Luisteren is meer dan aanhoren

Ook het boerenprotest moet vanuit dat perspectief worden bekeken. Natuurlijk gelden wetten voor iedereen en moeten demonstraties veilig verlopen. Maar wie het protest uitsluitend ziet als hinder of een openbare-ordeprobleem, mist de werkelijke boodschap. Boeren demonstreren echter omdat het gaat over hun grond, inkomen, schulden, gezin en toekomst. Soms over een bedrijf waaraan drie of vier generaties hebben gebouwd.
Werkelijk luisteren betekent daarom meer dan boeren uitnodigen, een bakkie koffie schenken en daarna doorgaan alsof er niets is gezegd. Het betekent dat beleid opnieuw moet kunnen worden bekeken wanneer de gevolgen aantoonbaar disproportioneel of economisch vernietigend zijn.

De werkelijke keuze

De discussie wordt te gemakkelijk teruggebracht tot ‘Boer óf natuur’. Dat is een hartstikke gemene en valse tegenstelling. De werkelijke opdracht is namelijk veel moeilijker: Hoe beschermen we natuur en milieu zonder tegelijkertijd een hoogwaardige landbouwsector af te breken die economisch belangrijk is en een wezenlijke bijdrage levert aan onze voedselvoorziening?
Beleid moet daarom niet alleen worden beoordeeld op goede bedoelingen, maar op effectiviteit, proportionaliteit, betaalbaarheid en gevolgen op lange termijn.

Politiek

Premier Rob Jetten en zijn kabinet mogen daarop heel duidelijk worden aangesproken en dan maar hopen dat men niet alleen luistert of toehoort, maar ook hándelt. Niet omdat boeren nooit iets zouden hoeven te veranderen, maar omdat een betrouwbare overheid ook verantwoordelijkheid draagt voor de consequenties van haar eigen beleid.

Consequenties

Misschien moeten we naast de vraag hoeveel uitstoot een boer veroorzaakt ook eens een andere berekening maken: Wat kost het Nederland wanneer die boer voorgoed van zijn erf verdwijnt?
Daarop moeten we het antwoord kennen vóórdat het te laat is. Want wie vandaag zijn boeren laat verdwijnen, moet morgen niet verbaasd zijn wanneer Nederland ontdekt hoe kostbaar afhankelijkheid van buitenlands voedsel werkelijk kan worden.

Bronnen:
Politiek Den Haag, diverse boerenbonden, Noordbrabantse Christelijke Boerenbond, Wikipedia, Haagse politiek, Agrarisch nieuws, diverse vakbladen, Chat.

Quote

Economie nu.nl

13 oktober 2026

Het laatste nieuws het eerst op NU.nl

e-Matching