Door Jos de Jong - NLMagazine, Economie en duurzaamheid - Er zijn politici die problemen oplossen en er zijn politici die eerst nog even willen kijken hoe groot een probleem precies wordt cq kan worden en tot de uiterste grenzen gaan. Rob Jetten lijkt duidelijk in die tweede categorie te vallen.
De dieselprijs schiet door het dak, richting bedragen waarvan je denkt ‘ís dit per liter of per fles champagne?’ Transport wordt duurder, boodschappen ‘rijzen werkelijk de pan uit en uiteindelijk betaalt ce gewone burger voor deze kwalijke verrassingen. Dat is geen hogere wiskunde, dat is basisschoolniveau. Toch wil Jetten eerst weten “hoelang” die prijzen hoog blijven en tot hoever hij kan gaan met dit destructieve benzinepompbeleid. Alsof een kassière bij de supermarkt ook zegt: “Ik wacht even met afrekenen tot ik weet of dit brood morgen goedkoper wordt.”
Hoelang?
Het wordt nog gekker. Volgens Jetten profiteren vooral de rijken van een verlaging van accijnzen. Dat klinkt leuk in een debat, maar slaat in de praktijk de plank volledig mis, een soort sneeuw in juli. De realiteit is dat iemand met een oude Opel Astra die elke week moet tanken om naar werk te komen, elke cent voelt. Iemand met een dikke SUV merkt het misschien maar slaapt er geen minuut slechter door.
Maar goed, cijfers en verhoudingen blijven gevoelige onderwerpen. We herinneren ons allemaal nog die legendarische klimaatuitspraak over 0,000036 graden; vier nullen en dan 36. Dat was de opbrengst van miljardeninvesteringen. Het klonk destijds al alsof iemand indruk probeerde te maken met een rekenmachine zonder batterijen.
En dan het argument dat accijnsverlaging geld kost. Natúúrlijk kost dat geld. Maar als de prijs van brandstof stijgt, stijgt ook de btw-opbrengst net zo hard mee. De staat verdient dus lekker aan die hoge prijzen terwijl de gemiddelde burger krom ligt. Natuurlijk kunnen we ook massaal de Belgische of Duitse grens over (mits de afstand niet te ver is) om goedkoper te tanken, maar dan verdwijnt dat geld gewoon richting die twee landen die dat ongetwijfeld graag accepteren. Tja, dat is óók een strategie, zullen we maar zeggen.
Wat vooral opvalt is dat veel andere Europese landen wèl ingrijpen. Die zien dat hoge brandstofprijzen niet alleen een algemeen economisch probleem zijn, maar dat deze een dagelijks probleem vormen voor miljoenen mensen. Maar in Nederland wachten we gewoon nog even en gaan we kijken, rekenen, overleggen, maken hier weer een notitie en nieuwe analyse van en schuiven et probleem op de grote baan.
En ondertussen? Alles wordt gewoon duurder, duurder en steeds minder betaalbaar. Misschien is dat wel de èchte strategie; als je maar lang genoeg wacht, ‘went iedereen eraan’. Dan ‘wordt €2,70 of meer per liter misschien ineens normaal. Net zoals 0,000036 ooit serieus werd uitgesproken. En zo wordt beleid geen oplossing, maar een soort rekensom zonder uitkomst.










