Column Fred van Assendelft
Typography

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Column door Fred van Assendelft - NLMagazine/Columns - Mijn vader moet in zijn jeugd een Rotterdams accent hebben gehad. Later heeft hij zich het Standaard Nederlands aangemeten. Mijn moeder had Gronings als haar moedertaal. Ook zij sprak op latere leeftijd ABN, hoewel, een enkele keer kon je nog wel eens een afgeknepen N horen op het eind van een werkwoord.

Dit zijn nog maar twee varianten in onze mooie taal, maar er zijn tientallen varianten beschreven. En dan hebben we het alleen nog maar over het Nederlands. Hoe komt het toch dat talen zo verschillen ? De Bijbel is daar duidelijk in, het was de Babylonische spraakverwarring (Genesis 11), maar taalkundigen hebben een andere mening.

Taal laat geen fossielen achter, dus hoe de eerste (moderne) mens in Afrika zo’n 250.000 jaar geleden sprak, weten we niet. Het vermoeden is dat zij één taal of enkele nauw verwante talen spraken. Sommige onderzoekers spreken daarom van een Proto-Human Language, een hypothetische oertaal, maar bewijzen daarvoor zijn er niet.

Langzaam verspreidden de mensen zich over de aarde en omdat zij geografisch van elkaar gescheiden raakten, weinig contact met elkaar hadden, voor nieuwe dingen nieuwe woorden bedachten, veranderde de taal, de uitspraak, en ook zelfs de grammatica.

Een mooi voorbeeld is het Oudnoors. De op IJsland gesproken taal lijkt er nog enigszins op, maar elders veranderde het in het Noors, Zweeds en het Deens.
Ook het meer dan 2000 jaar geleden gesproken Latijn was de bron van het huidige Frans, Spaans, Italiaans, Portugees en Roemeens.

De meeste taalkundigen denken dat alle Europese talen afstammen van één vooroudertaal: het Proto-Indo-Europees. Archeologisch- en DNA-onderzoek ondersteunen sterk de Steppe/Kurgan-theorie. Volgens deze theorie maakte de domesticatie van het paard het mogelijk dat het Proto-Indo-Europees zich van 4000 v. Chr. - 3000 v. Chr. vanuit de steppe tussen de Kaspische Zee en de Zwarte Zee verspreidde naar West-Europa en West-, Zuid- en Centraal-Azië.

Neem daarbij grote taalveranderingen, zoals de Germaanse Klankverschuiving, ook bekend onder de Wet van Grimm, die plaatsvond omstreeks 700-500 v Chr., en de Tweede Germaanse klankverschuiving, tussen de zesde en achtste eeuw na Chr., waardoor er verschillen ontstonden tussen het Duits, Nederlands en Engels. Dan nog allerlei lokale verschuivingen (in Engeland: The Great Vowel Shift, 1400-1700 na Chr.) en de verklaring voor de verschillende talen is al duidelijker.

Of mijn beide ouders zich bewust waren van al die, soms mode-veranderingen, weet ik niet. Zij vonden dat als je vooruit wilde komen in Nederland, je de standaard taal zou moeten spreken. Mijn vader ergerde zich als op tv een autochtone Nederlander ondertiteld moest worden omdat hij of zij uitsluitend een haast onverstaanbaar dialect sprak. Dat je van iemand hoort waar hij vandaan komt, vond mijn vader (en ik ook) alleen maar charmant, maar het moest voor anderen verstaanbaar zijn.

Fred van Assendelft

 

Inmiddels gepensioneerd leraar Engels en Nederlands.
Om niet de hele dag achter de geraniums te hoeven doorbrengen geef ik nog steeds les: privélessen.
Nederlands voor anderstaligen.

Ook heb ik eindelijk de tijd om te schrijven wat ik leuk vind en dat doe ik in de columns van NL Magazine.
Ik hoop dat de lezers er net zoveel plezier in hebben als de schrijver, ik dus.