Dat Nederlands een moeilijke taal is, staat voor mij vast. Als ik kijk naar de fouten die ik regelmatig tegenkom, denk ik wel eens, leren ze nog wel wat op school ? Het antwoord is: ja. En dan volgt er een maar: maar iedereen publiceert op allerlei (sociale) media, terwijl vroeger minder geletterden nergens teksten schreven. Het valt nu dus meer op.
|
De meeste fouten worden gemaakt met werkwoorden die bij het voltooid deelwoord geen GE krijgen (of al GE hebben). Het werkwoord betalen is |
Als zo’n werkwoord dan ook nog in een bijzin staat, waar de werkwoorden altijd wat achterin de zin staan, dan
lijkt de persoonsvorm echt op een voltooid deelwoord, zowel qua plaats als vorm. Betaalt moet in beide gevallen
natuurlijk met een T.
|
Dat Nederlands een lastige taal is, blijkt ook uit vertalingen die buitenlandse firma’s maken van hun |
| Soms is het ook wel lachen als er fouten zijn gemaakt op reclameborden. Het verschil tussen berijden (ergens op rijden) en bereiden (eten klaarmaken) is voor sommige winkeliers niet echt duidelijk. Er zijn er nog veel meer, we kunnen rustig concluderen: een moeilijke taal, dat Nederlands. |
U heeft vast alle fouten in het titelplaatje gevonden:
-
Haarthout – de haard, dus haardhout
-
Voedpad – de voet, dus voetpad
-
U naderd – naderen, stam + t: u nadert
voorangsweg – voorrangsweg, dubbel R -
Wij zijn op zoek na jouw – zoeker naar, niet na
jou is hier tweede persoon, geen onderwerp (jouw = bezittelijk voornaamwoord) -
Oplaatpunt – van het werkwoord opladen, dus oplaadpunt
-
Ford Diemerdamplein – een Ford is een automerk, hier is het een fort
-
10 stuk – het is 1 stuk en de meervoudsvorm hier is stuks, 10 stuks
-
Wat vindt je … - jij vindt, maar bij inversie (hier: de vraagvorm) is het werkwoord zonder T: vind jij. Kijk bijvoorbeeld naar: loop jij, fiets jij
-
Fröling’s – de apostrof hoeft hier niet: Frölings. Vergelijk: Jennings boek.
stijgerverhuur – stijgen = omhooggaan, hier moet het steiger zijn.









