Column Fred van Assendelft
Typography

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Column door Fred van Assendelft - NLMagazine/Columns - Als ik mijn niet-Nederlandstalige studenten moet uitleggen of iets staat, ligt of zit, heb ik daar best moeite mee. Het is haast niet uit te leggen en er zijn zulke rare regels dat je er bijna niet uitkomt. Toch hebben moedertaalspreker er geen enkel probleem mee. Wat zijn dan die regels ?

Er zit melk in een glas, dat glas melk staat op tafel, maar de druppels die gemorst zijn liggen op de grond. Het gaat om dezelfde vloeistof, maar er worden verschillende werkwoorden gebruikt. Hoe zit dat ?

Je gebruikt zitten, staan en liggen in het Nederlands vaak om de positie of plaats van iets aan te duiden. Het gaat dan niet letterlijk om “zitten” zoals een mens op een stoel, maar om een vaste taalafspraak.

Een handige vuistregel is dat staan rechtop is, op een oppervlak; zitten is in iets of aanwezig zijn en liggen is plat of horizontaal. De kast staat tegen de muur, er zit een cadeautje in de doos en er ligt een vel papier op tafel. Sprekers van andere Germaanse talen als Duits, Noors en Zweeds, die vergelijkbare werkwoorden kennen, herkennen dit. Maar als je moedertaal verder af staat van het Nederlands, is het een vrij hopeloze zaak. Denk maar aan mensen die het Frans als moedertaal hebben.

Franstaligen gebruiken het neutrale werkwoord être (zijn), in combinatie met een voorzetsel: Le soldat est sur le mur (De soldaat is op de muur; een zinnetje uit een van mijn eerste Franse lessen), Le livre est dans l’armoire (Het boek is in de kast). Nederlanders zouden zeggen dat de soldaat op de muur zit of staat en dat het boek in de kast staat.

In het Nederlands zijn het vooral dingen die de problemen geven. Ligt of staat een boek ? Het ligt op tafel en staat in de boekenkast. Liggen als het horizontaal is uitgestrekt, op tafel en staan als het verticaal is geplaatst, in de kast.

Nog lastiger is het uit te leggen waarom er soms in mijn teksten een foutje staat (letters zijn toch horizontaal) terwijl ik ook wel eens een fout woord laat zitten, omdat ik het wel grappig vind. Ik kan het mijn studenten niet kwalijk nemen dat ze daar niets van snappen.

Legt u het zichzelf maar eens uit: De fiets staat tegen de boom, dat gaat nog wel maar: het geld staat op de rekening is best lastig uitleggen.
Zitten is nog lastiger: Er zit een vlek op je shirt. Er zit een scheur in het papier.
En bij liggen is er echt een probleem: De nadruk ligt op dit punt. De stad ligt aan zee.

Leg het maar eens uit: staan, liggen of zitten, wat is het beste ?

Mede gebaseerd op een artikel van Fieke van der Gucht & Olivier Heiligers, onzetaal.nl

Fred van Assendelft

 

Inmiddels gepensioneerd leraar Engels en Nederlands.
Om niet de hele dag achter de geraniums te hoeven doorbrengen geef ik nog steeds les: privélessen.
Nederlands voor anderstaligen.

Ook heb ik eindelijk de tijd om te schrijven wat ik leuk vind en dat doe ik in de columns van NL Magazine.
Ik hoop dat de lezers er net zoveel plezier in hebben als de schrijver, ik dus.