Column Fred van Assendelft
Typography

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Column door Fred van Assendelft - NLMagazine/Columns - Kent u het taalkundige verschijnsel van het voorlopig onderwerp ? Veel medelanders hebben er moeite mee, maar moedertaalsprekers gebruiken het achteloos en vrijwel zonder er ooit fouten mee te maken. Maar weten die autochtonen ook hoe het zit ? Wanneer gebruik je een voorlopig onderwerp en wat is het eigenlijk ?

Er zijn twee woorden die als voorlopig onderwerp kunnen dienen: ER en HET.
Eerst maar even HET:
- Als het echte onderwerp een infinitief of bijzin is, wordt die vaak naar achteren geschoven en staat HET vooraan: Het is daar fijn wandelen. (het eigenlijke onderwerp: ‘wandelen’) Het is waar dat hij ziek is. (het eigenlijke onderwerp: ‘dat hij ziek is’)
- Bij onpersoonlijke werkwoorden (weersuitdrukkingen e.d.) gebruiken we HET ook, maar hier verwijst HET nergens naar, het is gewoon verplicht: Het regent. Het waait hard. Het is koud. Het wordt donker.
- Bij vaste uitdrukkingen en constructies met een koppelwerkwoord zie je HET ook vaak: Het gaat goed met haar. Het lijkt erop dat hij te laat komt. Het schijnt dat de trein wat later komt. Ook hier heeft HET geen betekenis.

En dan ER:

Er staat vooraan de zin als voorlopig onderwerp wanneer het echte onderwerp onbepaald is, dat wil zeggen, dat het voorafgegaan wordt door: een, een getal, veel, weinig, iets, enzovoort en het werkwoord een bestaan, verschijnen of plaatsvinden uitdrukt. Er staat een auto voor de deur. Er komen veel mensen naar het feest. Er zijn weinig fouten gemaakt. Er lopen drie kinderen op straat. Er gebeurt iets vreemds. Het echte onderwerp (een auto, veel mensen, weinig fouten, drie kinderen, iets vreemds) staat achter het werkwoord. Er houdt de eerste positie in de zin bezet.

Het woordje ER heeft trouwens meer functies:
1. Het is een bijwoord van plaats: Ik ben er gisteren geweest.
2. Er wordt in het Nederlands heel vaak met een voorzetsel gecombineerd: ervan; ermee; erop; erin, vaak gesplitst in de zin: Hij heeft ervan gehoord – Hij heeft er gisteren pas van gehoord.
3. Het kan een zelfstandig naamwoord dat eerder is genoemd, bij hoeveelheden, vervangen: Hoeveel kinderen heb je ? Ik heb er drie.

Het voorlopig onderwerp maakt zinnen vloeiender: het zorgt ervoor dat zware zinsdelen naar achteren kunnen worden geschoven, wat de Nederlandse zinsstructuur natuurlijker laat klinken, maar het is voor niet-moedertaalsprekers knap ingewikkeld, het voorlopig onderwerp.

Fred van Assendelft

 

Inmiddels gepensioneerd leraar Engels en Nederlands.
Om niet de hele dag achter de geraniums te hoeven doorbrengen geef ik nog steeds les: privélessen.
Nederlands voor anderstaligen.

Ook heb ik eindelijk de tijd om te schrijven wat ik leuk vind en dat doe ik in de columns van NL Magazine.
Ik hoop dat de lezers er net zoveel plezier in hebben als de schrijver, ik dus.